Waar het begon
Elk verhaal begint ergens.
Soms met een moment,
soms met een werkelijkheid die zo lang normaal leek
dat je pas later beseft hoe uitzonderlijk die was.
Ik werd geboren in een gezin waarin rust en veiligheid geen vanzelfsprekendheid waren.
Al vroeg leerde ik dat mijn omgeving veranderlijk was en dat aanwezigheid niet hetzelfde betekende als bescherming.
Rond mijn vierde levensjaar verdween de man die ik kende als mijn vader uit mijn leven.
Of hij daadwerkelijk mijn biologische vader was, weet ik tot op de dag van vandaag niet zeker.
Wat ik wel zeker weet, is dat hij vanaf dat moment geen rol meer speelde.
Die afwezigheid liet een leegte achter die niet werd opgevuld.
Niet lang daarna kwam er een stiefvader in ons leven, François.
Met zijn komst verdween iedere vorm van veiligheid.
Mijn jeugd werd vanaf dat moment gekenmerkt door geweld, angst en vernedering.
In die periode leerde ik al snel dat emoties tonen of vragen stellen geen ruimte kreeg.
Wie verdriet liet zien, of probeerde te begrijpen wat er gebeurde,
werd gestraft.
Zwijgen en aanpassen waren veiliger dan voelen of spreken.
In de relatie tussen mijn moeder en François werd ook mijn broertje geboren, Gary.
Zijn komst veranderde niets aan de onveiligheid in huis,
maar maakte het gezin complexer.
Ik leerde vroeg om mezelf op de achtergrond te houden
en voortdurend alert te zijn.
Ik had als kind last van bedplassen.
Niet als bewuste keuze, maar als lichamelijke reactie op voortdurende stress en onveiligheid.
In plaats van zorg of begrip volgden straf en vernedering.
Dat liet diepe sporen na.
Ook van mijn moeder kwam geen bescherming.
Er waren momenten waarop ik werd opgesloten in mijn kamer,
alleen, zonder uitleg of troost.
Het gevoel nergens veilig te zijn werd daarmee bevestigd.
Drama, geweld, misbruik en verwaarlozing waren geen losse gebeurtenissen.
Ze vormden het dagelijkse kader waarin ik opgroeide.
Ik stelde geen vragen, omdat ik had geleerd dat vragen stellen gevolgen had.
Ik hield mijn emoties binnen en paste me aan.
Rond mijn elfde levensjaar kwam er opnieuw een stiefvader in ons leven, André.
Wat volgde was wederom een periode van ernstige onveiligheid binnen het gezin.
In de relatie tussen mijn moeder en André werd mijn jongste zusje geboren, Silvana.
Ook haar komst bracht geen veiligheid in huis,
maar wel opnieuw een verschuiving in de gezinssituatie.
Jaren later werd mij duidelijk dat mijn oudere zus, die slechts twee jaar ouder is dan ik,
in die periode langdurig ernstig grensoverschrijdend is behandeld.
Als kind heb ik dit zelf niet meegemaakt of waargenomen.
Het besef en de impact daarvan kwamen pas later.
Op mijn twaalfde kwam er een einde aan het leven binnen dit gezin.
Ik werd uit huis geplaatst.
Niet omdat ik daar klaar voor was,
maar omdat er geen andere weg leek te zijn.
Voorafgaand aan die plaatsing verbleef ik enkele maanden in een kindertehuis in Grootebroek.
Een tussenperiode waarin duidelijk werd
dat mijn jeugd niet langer binnen een gezin zou plaatsvinden.
Op woensdagmiddag, om 15.00 uur,
op 28 augustus 1998,
werd ik afgezet bij het internaat op Klaas Groen in Heerhugowaard.
Ik was twaalf jaar oud.
En opnieuw alleen.

De weg vooruit
Naarmate de kindertijd plaatsmaakte voor de jeugd, begonnen de keuzes en paden zich af te tekenen. De beginselen die in mijn vroege jaren waren gevestigd, kwamen tot uiting in mijn eerste beslissingen en aspiraties. Dit was de periode waarin ik begon te begrijpen wat me dreef, wat me inspireerde en welke richting ik in het leven wilde inslaan. Het was een tijd van vallen en opstaan, maar altijd met de blik gericht op de toekomst.
"Elk verhaal heeft een begin, en de mijne legde de fundering voor alles wat zou volgen. Deze pagina is de poort naar mijn levensverhaal."
Dennis Brugman